|
Stap 3: Stel een bezwaarschrift op |
|
|
|
Om te beginnen maakt u duidelijk waartegen u bezwaar maakt. Onderbouw uw verhaal met goede argumenten. Richt uw bezwaar aan de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de gemeentelijke belastingen.
Een bezwaarschrift moet volgens de wet aan een aantal voorwaarden voldoen: - Dien het bezwaarschrift schriftelijk in. In sommige gemeenten kunt u ook per e-mail bezwaar maken, maar ga daar niet van uit: de mogelijkheid moet u expliciet geboden worden.
- Zet duidelijk uw naam en adres op het bezwaar.
- Maak duidelijk waartegen u bezwaar maakt.
- Motiveer uw bezwaar.
- Onderteken het bezwaar.
- Dateer uw bezwaarschrift en stuur een kopie van het aanslagbiljet mee. Bewaar uiteraard ook zelf een kopie van uw brief.
De gemeente is overigens niet verplicht u de gelegenheid te geven uw bezwaar mondeling toe te lichten als zij uw bezwaar (gedeeltelijk) gaan afwijzen. Wilt u in zo’n geval uw zaak mondeling toelichten, dan moet u daar om vragen in uw bezwaarschrift. U verzoekt dan expliciet om te worden gehoord. Pro-forma bezwaarschrift Misschien wilt u nog onderzoek doen, of bent u net in de bezwaarperiode op vakantie of zakenreis. Welke reden u ook heeft, lukt het u niet binnen 6 weken uw bezwaar goed te beargumenteren, dient u dan een “pro forma” bezwaarschrift in. Daarin geeft u aan dat u bezwaar maakt en dat de motivering later volgt. Uiteraard moet dat wel binnen een redelijke termijn zijn; de gemeente geeft zelf aan wat zij redelijk vindt. Vraag de gemeente om een bevestiging dat uw voorstel akkoord is. Als later blijkt dat bezwaar maken zinloos is, dan trekt u het pro forma bezwaarschrift schriftelijk in. Daarmee zijn geen kosten gemoeid. Klik HIER voor een voorbeeld pro-forma bezwaarschrift |